1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46

 

 

 

Drie honden, een Dobberman, een Boxer en een Labrador zitten in de wachtzaal van de dierenarts, waar ze een gesprek aanknopen.

De Dobberman zegt tegen de Boxer: "Waarom ben jij hier ?" De Boxer: "Ik ben een pisser. Ik pis op alles, de sofa, de poes, zelfs op de kinderen. Het ergste was gisteravond, ik heb heel het bed van mijn baasje ondergespist." De Dobberman: "En wat gaat de dierenarts met je doen?" Boxer: "'t Is erg, maar niks aan te doen: doodspuiten. Gedaan ermee."  De Dobberman vraagt dan aan de Labrador: "En jij, waarom ben jij hier ?" De Labrador: "Ik ben een graver. Ik graaf overal putten. Onder de afsluiting van de tuin, onder de bloemen en struiken. En gisteravond ging het te ver: ik heb een groot gat gegraven in de zetel van mijn baasje". Dobberman: "En wat gaat de dierenarts met je doen ?" Labrador: "Helaas hetzelfde: doodspuiten. Gedaan ermee." De Labrador vraagt dan aan de Dobberman waarom hij hier is. Dobberman: "Ik kan mezelf helemaal niet bedwingen. Ik spring op alles wat leeft en beweegt. Op andere honden, op de kat, op het konijn, zelfs op een hoofdkussen of een tafelpoot. En gisteravond zag ik mijn baasje, het is een bazin eigenlijk, uit de douche komen en vooroverbuigen, wat een zicht, ik kon er niet aan weerstaan, en hopla, ik vloog er op." De Boxer en de Labrador keken elkaar veelbetekenend aan: "En, doodspuiten zeker?" De Dobberman: "Neen, ik ben hier om mijn nagels te laten knippen."

-

 

 

Een man ziet een vriend na vele jaren weer terug. De vriend zit helemaal in het verband. De man vraagt: "Wat heb jij gedaan?" Daarop antwoordt de vriend: "Tja, ik was laatst bij een molenaar, die zei me: 'Kijk niet uit het raam, want er komen vier wieken voorbij.' Ik wachtte tot de vier wieken voorbij waren, en keek toen uit het raam, maar toen kwam er nog een vijfde wiek langs!"

-

 

 

Jantje gaat naar de winkel toe. In de winkel ziet Jantje een paar mooie rooie sokjes. "Nou", denkt Jantje, "die sokjes zou ik wel willen hebben." Hij kijkt hoe duur ze zijn (1 euro), en besluit de volgende dag weer naar de winkel te gaan om de sokjes te kopen, omdat hij vandaag geen geld bij zich heeft. Dus gaat Jantje de volgende dag weer naar de winkel toe, met een euro. Maar, de sokjes zijn vandaag 2 euro. Dus Jantje gaat de volgende dag weer naar de winkel, met 2 euro. Maar Jantje komt erachter dat de sokjes dit keer wr een euro verhoogd zijn, en Jantje kan ze dus weer niet kopen. Hij gaat weer naar huis, en gaat ze volgende dag weer naar de winkel toe. Met 3 euro. Maar wr zijn de sokjes met een euro verhoogt. Dus denk Jantje: "Ik doe even slim en neem morgen 1 euro meer mee." Dus gaat Jantje de volgende morgen weer naar de winkel, en neemt 5 euro mee." Maar ja hoor, dit keer zijn de sokjes met 2 euro verhoogt, en zijn ze 6 euro. Jantje gaat ze volgende dag weer naar de winkel, en neemt 8 euro mee. En Jantje heeft geluk, want de sokjes zijn dit keer 8 euro. Dus Jantje koopt de sokjes. En Jantje gaat weer naar huis. Nog op dezelfde dag komt Jantje's zus naar Jantje toe. Ze vraagt of Jantje haar fohn wil repareren. En ja, Jantje repareert haar fohn. Even later komt Jantje's broer naar hem toe, en vraagt of hij z'n brommer wil repareren. Nadat de brommer gerepareerd is, komt z'n moeder naar hem toe. "Jantje, wil je m'n beauty-case repareren? Hij is stuk". En ja hoor, ook dat wil Jantje wel doen. Dan komt z'n buurman naar hem toe, met de vraag of Jantje zijn grasmaaier wil repareren. Ook dat doet Jantje. De volgende dag wil Jantje z'n nieuwe sokjes aandoen, maar dat kan niet. Jantje's zus is dood, want de fohn is ontploft. En Jantje moet dus zwarte sokjes aan voor de begrafenis. Ook de volgende dag wil Jantje z'n nieuwe sokjes aandoen, maar weer kan het niet, want hij moet naar de begrafenis van z'n broer, omdat z'n brommer is ontploft. Dus weer moet hij zwarte sokjes aan doen. En weer wil hij de volgende dag z'n nieuwe rooie sokjes aandoen, en weer kan het niet.

Hij moet deze zwarte sokjes aan, omdat hij naar de begrafenis van zn moeder moet. Weer kan hij z'n nieuwe rooie sokjes niet aan doen. Dan de volgende dag. Jantje kan weer z'n sokjes niet aan, omdat-ie naar de begrafenis van z'n buurman zwarte sokjes aan moet. En ja hoor, eindelijk kan Jantje z'n nieuwe rooie sokjes aan. De volgende dag (als Jantje dus z'n rooie sokjes aanheeft), wordt er plotseling aangebeld. Jantje loopt naar de deur en doet open. In de deuropening staat een ijsbeer. En weet je wat die ijsbeer zei? Niets, want een ijsbeer kan niet praten!!

-

 

 

Een man gaat naar een tovenaar en vraagt hem of hij een vloek kan wegnemen, die meer dan 25 jaar geleden over hem is uitgesproken. De tovenaar antwoordt: "Misschien, maar dan moet u me in exacte bewoordingen vertellen hoe de vloek luidde." De oude man antwoordde zonder aarzeling: "Dan verklaar ik u hierbij man en vrouw."

-

 

 

Marietje komt op vrijdagavond beneden, omdat ze uit wil gaan met haar vrienden. Zij had beloofd om deze keer te rijden, dus ze loopt naar haar vader en vraagt "Pappie, ik ga vanavond uit met wat vrienden en euh, mag ik de auto lenen?" "Is best, maar dan moet je me eerst pijpen!" zegt de vader. "WAT? Ben je gek geworden of zo? Dat ga ik toch niet doen!" zegt Marietje. "Best," zegt de vader, "maar dan geen auto". Marietje kijkt naar buiten en op haar horloge, "Shit, bijna half elf, ik kom nog veel te laat en afbellen gaat ook niet meer" "Okee, ik doe het wel, maar dan alleen deze keer," zegt ze tegen haar vader. Aldus geschiedde en ze begon daarbeneden. "GODVERDOMME!" brult ze, "Dit smaakt naar stront!" "Oh ja, da's waar ook," zegt de vader, "je broer heeft de auto al mee."

-

 

 

Jantje roept door het huis, "Ma, Ma, Papa heeft zich opgehangen op de zolder." Ma rent naar boven, Maar daar is niet te zien. Ze loopt naar jantje geeft hem een paar petsen om zijn oren. En zegt "daar maak je toch geen grapjes over." Jantje: "Ha lekker peu, Hij hangt in de kelder."

-

 

 

Vier nonnen komen biechten. De eerste non biecht op: "Ik heb een blote piemel gezien." De pastoor antwoordt: "Was uw ogen met wijwater en uw zonden zijn vergeven." De tweede non biecht op: "Ik heb een blote piemel aangeraakt." De pastoor antwoordt: "Was uw handen met wijwater en uw zonden zijn vergeven." De andere twee nonnen beginnen plotseling te vechten. De pastoor moet tussen beiden komen en vraagt: "Wat is hier aan de hand?" Waarop de ene non antwoordt: "U denkt toch niet dat ik mijn mond in dat wijwater ga spoelen als zij er met haar achterwerk in heeft gezeten?"

-

 

 

Zjiman en Krusty wilden eens flink gaan drinken. Het enige probleem was: ze hadden maar 5 euro. Toen zei Krusty: "Ik heb een plan". Dus gingen ze een worst kopen. Daarna gingen ze naar the Crash en als den Dikken dan vroeg of ze eindelijk eens wilden afrekenen deed Krusty zijn rits open, hing de worst eruit, en Zjiman deed dan alsof hij hem aan het pijpen was. Toen werden ze het cafe uit geschopt, zonder te hebben betaald. Dat deden ze vijftien keer bij steeds een ander cafe. Toen zei Zjiman: "Ik kan niet meer, ik moet elke keer op mijn knieen en hoe meer bier ik op heb hoe moeilijker het voor me wordt om weer op te staan." Zegt Krusty: "Wat dacht je van mij dan, we waren na drie keer de worst al kwijt!"

-

 

 

Een ambitieuze Informaticus besloot eindelijk maar eens een vakantie  te nemen. Hij boekte een cruise en ging op weg. Onderweg stak er echter een orkaan op en het schip verging. Na een tijdje spoelde de man aan op het strand van een onbewoond eiland, er waren geen andere overlevenden en alles wat er te eten viel waren bananen en kokosnoten. Hij bracht z'n dagen door met bananen eten en kokosmelk drinken en de zee af te turen naar een teken van leven. Maanden gingen voorbij zonder dat hij iets zag. Op een dag echter zag hij een klein bootje aankomen, het was een roeibootje met aan boord de prachtigste vrouw die hij ooit had gezien. Ze legde aan en liep naar hem toe. Wat doe jij hier?", stamelde de man. Oh", zei de vrouw, "ik ben aan de andere kant van het eiland aangespoeld. Maar hoe kom je dan aan die roeiboot?" Die heb ik zelf gemaakt: De roeispanen van bamboe en de Boot zelf van het hout van de eucalyptusboom. De kieren heb ik dichtgemaakt met rubber uit de rubberboom." Maar dat alles zonder gereedschap of machines?" vroeg de Informaticus. Oh, maar dat was geen enkel probleem," zei de vrouw, "de rotsen bevatten een bepaald erts dat metaal bleek te bevatten als ik ze verhitte. Ik maakte gietmallen in de rotsen en zo kon ik gereedschap maken en daarmee ook machines. Maar eh, heb jij hier iets te eten?" Alleen maar bananen,"zei de Informaticus. "Laten we dan naar mijn huis gaan," antwoordde de vrouw. En ze roeiden naar de andere kant van het eiland. Daar aangekomen legden ze aan aan een kade en de vrouw voerde de programmeur mee naar een prachtige bungalow.De programmeur was met stomheid geslagen. Het is niet veel, maar ja, je probeert er wat van Te maken," zei de vrouw. Eenmaal binnen vroeg ze of hij iets wilde drinken. "Nee," zei hij, "ik heb genoeg aan die kokosmelk. "Maar ik heb ook bier," zei de vrouw, "eigengebrouwen weliswaar, maar het is wat. Ik ga me even omkleden. Als je wilt kun je even een douche nemen en je scheren." De yup ging naar de badkamer en vond inderdaad een scheermes gemaakt van bot waaromheen twee schelpen waren gebonden, het werkte perfect. "Deze vrouw is fantastisch!", dacht de Informaticus, "wat zou ze nog meer in petto hebben?" Terug in de woonkamer vleide hij zich neer op de bank. De vrouw kwam binnen in een jurkje van zijde, ze kroop naast hem op de bank en begon op een manier die niet veel te raden overliet in z'n oor te fluisteren. "Weet je," zei ze, "we zijn hier nu allebei al een paar maanden, en ik weet zeker dat er iets is iets waar je al die tijd al op wacht, iets wat je al die maanden al gemist hebt..." Ze keek hem diep in zijn ogen, hij kon niet geloven wat hij hoorde. "Bedoel je," begon de Informaticus, "bedoel je dat ik... dat ik vanaf hier m'n e-mail kan checken?"

-